In De Postkoets escorteert Lucky Luke een diligence van Texas naar San Fransisco, een gevaarlijke reis dwars door het Wilde Westen. Indianen, coyotes, allerhande schavuiten en natuurlijk de onverbeterlijke Daltons waren slechts enkele van de gevaren die de karavaan moest trotseren, en de passagiers bevonden zich dan ook in een permanente toestand van stress. Men was nog nauwelijks op weg of de spanningen in de postkoets bereikten gevaarlijke hoogten, verraad en revolvers all over the place.
Vladimir Iljitsj Oeljanov – later bekend als Lenin – vader van de Russische Revolutie, verliet in 1917 per trein zijn ballingsoord Zurich om in Moskou de opstand te leiden en de tsaar te onttronen. Niemand aan boord wist of de Duitsers de trein vol bolsjewistisch intellect doorgang door bezet Oost-Europa zouden verlenen, hetgeen de sfeer in de trein niet ten goede kwam. Mede gevoed door vodka en intrige bleek de sfeer in de coupe, in feite het eerste stuk ‘bevrijde’ Rusland, explosiever dan de slagvelden en nasmeulende steden die men doorkruiste.
Leermoment: niet de omgeving maar het reisgezelschap maakt een tocht onherbergzaam.
Ik was dus gewaarschuwd toen ik in Townsville in de auto stapte voor een tocht van 2500 kilometer, dwars door de Outback. Bestemming: Alice Springs. Reisgezelschap: Duits en even onervaren als ik voor wat betreft meerdaagse woestijngeraleerde autoritten. Op de avond voor vertrek raakten we in gesprek met een Australier, ex-trucker, die ons met zijn verhalen zowel enthousiast als een tikje angstig maakte voor de roadtrip die ons te wachten stond. De man was tegenwoordig mijnwerker te Rockhampton trouwens. Is er qua plaatsnaam een betere plek denkbaar om mijnwerker te zijn?
Maar alles kwam goed. Honderden kilometers door volstrekte leegte, en eindloos rechte wegen die slechts werden onderbroken door nederzettingen die op de kaart heel wat leken, maar in feite slechts een benzinestation, een pub en een handvol boerderijen omvatten. Nu en dan kwamen er flarden van muziek uit de autoradio, veelal lokale christelijke piratenzenders, een scene waarbinnen Sixpence None the Richer nog altijd alive and kicking bleek. Overweldigende sterrenhemels ‘s nachts en temperaturen van boven de 40 graden overdag. En na Alice Springs volgde een nieuwe tocht, zuidwaarts richting Port Augusta, intussen werd niet meer gekeken om 500 kilometer meer of minder.
Zondagavond in Port Augusta, het begon donker te worden en ik had zojuist afscheid genomen van mijn Duitse reisgezelschap. Zij gingen namelijk immer gerade aus in de richting van Sydney.
Port Augusta bleek verdomd uitgestorven op zondagavond. Een snackbar, een dorpsplein met monument voor de gevallenen, een makelaarskantoor, een pub annex hotel op de hoek. Ik bevond me, met alle respect, in het Didam van Australie. De herbergier bleek vatbaar voor mijn lichtverwilderde voorkomen (resultaat van zeven dagen Outback) en bood me zijn goedkoopste kamer tegen reduceerd tarief. Het reisvirus is niet wijdverspreid onder de Port Augustijnen, maar de stamgasten wilden graag mijn verhalen horen en boden me een glas.
En dus vertelde ik ze over Byron Bay, waar ik met mijn Zweedse kamergenoot Thor Stallehammer (goede mijnwerkersnaam) het plan opvatte om te gaan straatmuzikanten voor de Woolworths, de Australische Hoogvliet (ja Daniel, met 1 klein verschil). Afwisselend Guitar/vocals: Thor, Guitar/Harmonica: Joppe. De setlist van de bliksemsessie bestond uit Pink Floyd en Neil Young, de opbrengsten bleven jammerlijk op de brilstand steken.
En ik vertelde ze over mijn eerste surfervaring, in Noosa, en hoe ik na mijn zoveelste onzachte landing in de branding de moed bijna opgaf en mezelf voorhield dat surfen gewoon niet mijn ding was. Ik besloot dat de mens vooral moet doen waar hij goed in is (in mijn geval is dat op een stoel zitten, een boek lezen en naar Bob Dylan luisteren) en moet laten waarvoor hij ongeschikt is (in mijn geval: surfen en surfdude-gedrag). Gelukkig ging het later beter en heb ik de nodige waves gecracked en wells gecrouched.
Op het moment van schrijven ben ik in Adelaide, loerend op een lift westwaarts. Die lift had ik bijna te pakken, totdat de potentiele reisgenoten me hun auto lieten zien. Geen airco, geen radio, geen achterbank. Prettige rit naar Perth, dik 3000 kilometer door een van de meest afgelegen gebieden van Australie. En had ik al verteld dat ze Taiwanees waren, nauwelijks Engels spraken, mijn goede, cultureel geengageerde humor daarom niet goed (lees: verkeerd) opvatten en van plan waren vijf nachten in hun autostoel te slapen? Ik heb bedankt voor de eer.
Of ik Perth zal bereiken in de twee maanden die mijn reis nog duurt weet ik niet. De plannen wijzigen per dag, dus we zien wel. Wel heb ik me vooorgenomen mijn blog vaker bij te werken, want op deze manier gaan vele bijzondere anekdotes verloren in de troebele wateren mijns geheugens. Enfin, ik deel ze graag met een ieder als ik weer in Nederland ben!
Veel groeten namens staf en bezoekers van de State Library of South Australia. Alle goeds en tot snel!









